Lezingen: 1 Korintiërs 7: 29 en 30 en Marcus 6: 30 - 34
voorganger: Ds. Rein Algera
Tja, die Paulus. Een mooie doopdienst vandaag, beginnen we met een tekst die op z’n minst vraagtekens oproept. Maar die je veel waarschijnlijker nog recht tegen de haren in strijkt. Je denkt wat moet ik dáár nou mee? Gericht op mannen lijkt het, en dan: doe maar alsof je geen vrouw hebt. En daarna: laat je vreugde en je verdriet niet blijken. Leven we in een tijd waarin je je emoties eindelijk meer mag laten zien, krijg je zo iets. Wat wil die Paulus eigenlijk en wat hebben wij daar nou aan, juist op een dag als vandaag!
Nou, we hebben net bij de doop een aantal vragen gehad en een aantal antwoorden. Van jullie als doopouders, van de kinderen en van de andere gemeenteleden. En eigenlijk is de kern van de vragen: vinden we het de moeite waard om met ons geloof bezig te zijn. Om te leren wat geloven betekent in de opevoeging, in de gemeente, en over hoe je in de samenleving staat.
Wel, om te leren heb je vaak les nodig. In de kerk is de vraag: welke les kunnen we uit Bijbelverhalen trekken? En dan gelukkig niet een les om uit je hoofd te leren, zoals de catechismus vroeger, maar iets waar je wat aan hebt in je dagelijks leven. Een richting bij al die vragen die je op je af krijgt als je gelooft. Van kinderen en van anderen om je heen. Net als op school zijn er natuurlijk teksten die je aanspreken en die je minder aanspreken. Stukken die je zo begrijpt en waarvan je denkt: prima, de moeite waard! En er zijn van die stukken waarvan je eerste niets begrijpt, maar als ze worden uitgelegd kun je denken: ja, als je het zó zegt, is het zo gek nog niet!
Goed dat dat die bijbel van ons zo dik is. Want net als bij leraren: wat je van de ene niet begrijpt, wordt soms wel duidelijk als een ander je het met andere woorden uitlegt. Nou, Jezus moet een heel goede leraar zijn geweest, want veel mensen kwamen naar hem luisteren. Hoe meer hij vertelde, hoe meer mensen er bij kwamen. Zo veel, dat Jezus er op een gegeven moment zijn eerste 12 leerlingen op uit stuurt om ook ‘leraar’ te zijn. Wat Jezus hen over geloof, liefde, gerechtigheid, God geleerd had, moesten zij aan anderen leren.
Het mooie is: Jezus stuurt die 12 leerling-leraren er niet op uit met zware bagage, maar met een heel licht rugzakje. Want, leerde hij, geloven is niet iets met zware lasten, geloven heeft vooral iets met onbevangenheid. En dat hebben juist kinderen vaak nog. Jezus zegt daarover: ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnen gaan... Juist kinderen kunnen onbevangen zijn. Met alle mooie en soms verrassende kanten.
We zaten een keer in de trein naar Friesland en in onze coupe zat een stukje verderop een vrouw die de hele bank nodig had om te zitten. Eén van mijn kinderen, toen 5, zei toen: wat is die mevrouw dik hè mamma! Ja, zei Anita toen, maar je moet niet tegen die mevrouw zeggen dat ze dik is, want dat vindt ze vast niet zo leuk. Je kan beter iets aardigs zeggen. Prompt staat mijn dochter op, loopt naar die mevrouw toe en zegt: mevrouw, u bent helemaal niet dik hoor! Gelukkig kon ze er hartelijk om lachen en het is op weg naar Friesland in de coupe heel gezellig geweest…
Jezus wilde dat zijn leerlingen weer iets zouden krijgen van die on-bevangenheid, want de essentie van het evangelie is nu juist bevrijding! Dat moesten ze leren en daar moesten ze aan werken, met de talenten die ze hadden meegekregen. En bizonder in de les van vandaag is: neem op tijd rust. Je mag je voor alles inzetten, maar sta ook op tijd stil. Met prediker: er is een tijd om te leren en les te geven, maar je mag daar soms ook vrij van zijn, zonder je schuldig te voelen. Jezus zegt: als het ware: gelovigen, volwassenen, neem soms tijd om te spelen als kinderen. Onbevangen, vrij. De essentie van inzet voor God ligt niet alleen in wat je doet, maar soms juist ook in wat je niet doet.
Kijk, en als je het zo zegt, dan heb je ineens ook het contact gemaakt met die woorden van Paulus.
Want het gaat Paulus in zijn brief ook om: wat is nu écht belangrijk; laat je nooit helemaal meeslepen door de dagelijkse beslommeringen. Het leven is meer dan je huwelijk; wie helemaal opgaat in zijn verdriet maakt ook geen ruimte meer voor troost.
Wie helemaal opgaat in het plezier kan zelf geen troost zijn voor anderen. Wie helemaal verslingerd is aan mooie dingen, kan niet meer delen als dat nodig is. Alles wat je helemaal in de greep houdt, maakt een slaaf van je. En dat houdt je af van God. Want het gaat God nu juist om wat de mens vrij maakt. Hoort u het? Dat is dus precies de zelfde essentie als waar het Jezus om gaat: kern van het evangelie is bevrijding.
Bij alle goede dingen geldt: fijn dat ze er zijn, maar er helemaal in op gaan, alsof er niets anders meer is, dat wordt beklemmend. Dan doe je jezelf, anderen en uiteindelijk ook de bedoeling van God met jouw leven te kort. Leuk als je goed bent in sport, alles weet van een computer, trots bent op je nieuwe auto. Goed dat je je helemaal inzet voor de kerk. Fijn goede vrienden, een goede relatie, kinderen en kleinkinderen. Maar als dat het enige in leven is, als er geen ruimte meer is voor iets anders, dan leef je toch verkeerd. Dan zit je er te dicht op en dat is verstikkend. Voor anderen en voor jezelf. Dan moet je afstand nemen.
Tegen zijn leerlingen zegt Jezus: nu even afstand. Even weg van de menigte, nu eerst even rust.
En dat geldt voor Jezus zelf ook, want die zal niet stil gezeten hebben toen zijn leerlingen weg waren…
Dus gaan met een boot het meer op. Maar kennelijk staat er niet veel wind of zijn ze te moe om hard te roeien, want de mensen lopen langs de oever met het schip mee en als ze weer aan land willen gaan staat er al een menigte op hen te wachten. En als Jezus hen dan ziet, dan gebeurt er iest. Zoals het er zo mooi staat: medelijden beving hem. Jezus vergeet zijn eigen vermoeidheid als hij de nood van mensen ziet en gaat op hun nood in. En dan, heel paradoxaal: omdat Jezus zich laat raken door wat anderen beweegt, vindt hij zelf de kracht om iets voor hen te doen. Hen te ‘leren’ en te helpen. Precies wat we in de gemeente willen, tot op vandaag. De kern van het antwoord op de vragen bij de doop…
Om het samen te vatten, to summerise in English:
The words written by Paul seem to be a bit awkward and out of place, especially today. But Jesus can help to come closer to what Paul teaches us. Jesus sais: try not to loose the innocence of a child.
Whatever good things or bad things you might encounter in life, never let them get a grip on you so intense, that there is no room anymore for anything else. Because than you have become a slave, the exact opposite of the intention of the Gospel, which is aimed at the liberation of man in the light of God. Try to learn from the innocence of a child as lesson leading the way to the kingdom of God.
Met de doop vieren we: God leeft met ons mee. Onze naam, de namen van mensenkinderen staat voor altijd in de palm van Gods hand. Dat mogen we geloven, en daarmee kunnen we op weg. In het voetspoor van Jezus. Met inzet én rust, met onbevangenheid en met overweging. Dat is een geloof waard om in te leren, waard om uit te leven.
|