Protestantse Gemeente Zoetermeer




Beginpagina arrow Preken arrow 8 januari 2012 (Ichthuskerk): Alles is toegestaan, maar niet alles is goed Make Text BiggerMake Text SmallerReset Text Size
8 januari 2012 (Ichthuskerk): Alles is toegestaan, maar niet alles is goed Afdrukken E-mail
zondag 08 januari 2012
lezing: I Korinte 6, 9-20
voorganger: ds. Jaap van den Akker


Korinte.
Een jonge stad.
Nog geen honderd jaar oud als Paulus er binnenkomt en gaat wonen bij Aquila en Priscilla, net als hij tentenmakers, net als hij Joden. Daar woont en werkt hij zo’n twee jaar.
Pas 44 voor Chr. is deze stad herbouwd op gezag van Caesar. Eerder, in 146 voor Christus, was Korinte verwoest toen de Romeinen Griekenland veroverden.
Een soort Zoetermeer dus, een nieuwe stad.
Maar toch ook wel anders dan Zoetermeer.
Iets minder hoogopgeleid- maar weinig ambtenaren.

Waar Athene de stad van de Universiteit was, van de filosofen en redenaars, de denkers, daar was Korinte een havenstad. Een smeltkroes van culturen. Een stad van doeners. Geen woorden maar daden. Hier was er in economische hoogtijdagen werk voor iedereen en plaats voor iedereen. Hier lag de wereld aan je voeten, omdat er elke dag nieuwe schepen uit over heel de wereld aanlegden in de haven. Hier trok de wereld letterlijk aan je voorbij.
De haven van Korinte was een overslaghaven.
De golf van Korinte loopt daar dood op de smalle landtong tussen het eiland Peloponnesos en het vaste land van Griekenland. Inmiddels is er over die smalle strook land dit kanaal gegraven – het Kanaal van Korinte. Toen in de tijd van Paulus had Korinte aan die landtong haar rijkdom te danken. Kleine schepen werden hier op wielen gezet en naar de andere kant getrokken, om daar weer verder te varen. Grote schepen werden leeggehaald en de goederen werden over land naar de andere baai – de oostelijke haven - gebracht, om daar verder vervoerd te worden. Zo bespaarden de schippers zich vele honderden kilometers omvaren.
Als Athene het Amsterdam van de oudheid was, dan was Korinte het Rotterdam van de oudheid. Geen woorden maar daden in een smeltkroes van culturen. Met alle uitwassen van dien. Allerlei ideeën en geloven - magiërs, wonderdoeners, kwakzalvers, een mengeling van cultussen en religies uit het oosten en het westen. Van de Kelten uit het verre westen tot de Indiërs in het oosten.

In het centrum van Korinte was het beursplein. Het bruisende hart met winkels, markten, zakenwijken en overheidsgebouwen. Tot op de dag van vandaag is het herkenbaar als het stadscentrum, in de opgravingen daar.
Even buiten het centrum op een hoge heuvel buiten de stad, de AkroKorinth – oud Korinthe  - daar lag een ander beroemd gebouwencomplex. Voor de meeste zeelui  een aantrekkelijk vooruitzicht na al die maanden op zee, en juist dit complex maakte Korinte tot een geliefde havenplaats voor de matrozen.
Tegen de heuvel van de AkroKorinth lag de tempel van Aphrodite.
Aphrodite was de godin van de liefde. Hier is ze afgebeeld op het beroemde schilderij van Botticelli. Aphrodite had in Korinte wel duizend dienaressen. Deze dienaressen trokken, zodra er een nieuw schip was aangemeerd, de haven in, om de ruige zeelui uit te nodigen mee te gaan de tempel in. Om Aphrodite te dienen. En dat betekent de liefde te bedrijven. Want de dienaressen van Aphrodite waren niet meer dan prostituees en de tempel van Aphrodite deed dienst als hoerenkast.
Er gaat een verhaal rond dat de dienaressen van Aphrodite speciale schoenen hadden met een stempel op de onderkant. Als zij terug liepen van de haven naar de tempel dan stond er overal in het zand te lezen: “volg mij!”
Zwart
In deze stad. In deze havenstad in optima forma, is een christelijke gemeente ontstaan. Tussen al die andere gedachten en geloven, rituelen en cultussen, kwam een groepje mensen bij elkaar dat door Petrus, of Appolo of door Paulus zelf of een van zijn metgezellen tot het christendom was bekeerd. Sommigen, zoals Aquila en Priscilla, waren Joden, maar er waren er ook, en misschien wel steeds meer, die geen jood  waren maar Griek of Romein, of wie weet uit welk land afkomstig.
De één was slaaf en nog volop in dienst van zijn baas, en ander was misschien een vrijgelaten slaaf of transportarbeider bij de schepen, maar er waren ook rijkeren: handelaars en ondernemers.
Al deze verschillende mensen kwamen bij elkaar op de dag van de opstanding in een huis in Korinte om een brief te lezen van Paulus, of iets te horen uit de eerste flarden van een Evangelie. Al die verschillende groepen bij elkaar, allemaal mensen met verschillende achtergronden en culturen moesten zich staande houden in die grote wereldstad met al zijn verleidingen.

Een groep christenen die nog niet wist wat dat betekende christen zijn. Wanneer ben je een goede volgeling van Jezus? Daar werd over gesproken, gedebatteerd, ruzie gemaakt. Mensen werden op hun vingers getikt en boos. Rijken heersten over de armen. De maatschappelijke positie bleven gelden ook in de christelijke gemeente.

Het zal duidelijk zijn dat alle lichamelijke verleidingen onderdeel uitmaakten van de twistgesprekken in de gemeente. Daarom weidt Paulus er een aantal hoofdstukken aan in deze brief aan  de Korintiërs.
Ergens in het jaar 52 na Christus was Paulus weer verder getrokken. Hij ging naar Efeze in Klein-Azië – Turkije. Daar ontving hij allerlei berichten uit de christelijke gemeente van Korinte – waaruit die spanningen bleken.
De meeste ruzie was terug te voeren op de vrijheid. Als je in Jezus gelooft en je met hem opgestaan mag weten in een nieuw leven, als je met hem Paasmens bent geworden, wat kan er dan nog misgaan? Dan ben je toch vrij geworden? Vrij van iedereen, vrij om te doen en laten wat je wil, vrij om te genieten van alles wat de schepping je geeft?
Zo’n gedachte was ontstaan bij sommigen in de christelijke gemeente van Korinte. Je bent tenslotte als gedoopte christen geheiligd, rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van God.
‘Alles is mij toegestaan’, zeggen ze, waar maken jullie je toch druk om?
Paulus maakt korte metten met deze lakse houding. Alles is mij toegestaan?Dat kan wel zijn, maar niet alles is goed voor je! Je mag je niet door alles laten beheersen. Je bent vrij gemaakt om te geloven, vrij voor Christus, dan kan je niet die vrijheid laten innemen door allerlei zaken die je weghouden van Christus, zelfs niet als je lid bent van de gemeente van Christus – wat zeg ik: zelfs niet? Juist niet als lid van de gemeente van Christus. Als lid van de gemeente van Christus ben je juist geroepen om je anders te gedragen dan al die mensen hier in de stad, die niet vrij zijn, die achter die voetafdrukken aan lopen: volg mij. Die zich niet in de hand hebben, die erop los leven, die hun leven laten beheersen door begeerten en ontucht.
Logisch dat Paulus dan inzet op al die lichamelijke uitspattingen die hij om zich heen heeft gezien in Korinte. Prostitutie, pedoseksualiteit – het was aan de orde van de dag. Korinte staat er bekend om. Maar het is een onderdeel van wat je van God weg kan houden. Het gaat ook om andere verslavingen. Afgodendienaars, dieven en geldwolven, dronkaards, lasteraars en uitbuiters, ze staan op dezelfde lijn als ontuchtplegers, overspeligen, schandknapen en knapenschenders.

Het zijn nogal teksten, die vandaag lezen, op deze zondag van Epifanie, de dag waarop we de verschijning van Jezus gedenken, met de vraag wat het betekent dat Jezus onder ons mensen geboren is.
Het zijn nogal teksten in een tijd waarin in alle heftigheid boven water is gekomen hoezeer kerkelijke vertegenwoordigers zich een halve eeuwlang vergrepen hebben aan jongens in internaten.
Het zijn nogal teksten, zo precies halverwege een seizoen waarin Liefde het jaarthema is.
Wat moeten wij met deze teksten vandaag?

Het gaat vandaag om ons zelfreinigend vermogen. Het gaat er om hoe je in verbinding kunt leven met de goede en bevrijdende boodschap van God. De grote schoonmaak moet zich binnen onze eigen gelederen voltrekken. In je zelf én in de gemeente. Want in de gemeente van Christus – ook die van ons! - zou je al iets van het Koninkrijk weerspiegeld moeten kunnen zien.
Paulus legt de lat hoog. Het gaat om het leven van alledag. Als daarin anderen worden benadeeld, onrecht aangedaan, als in het leven van alle dag de ander niet als gelijke wordt behandeld, dan roept Paulus je op om de strijdt daartegen aan te gaan. En als het je zelf niet lukt dan mogen ook anderen in de gemeenschap je daarop aan spreken.
Het zijn gevaarlijke teksten in een geïndividualiseerde wereld als de onze. “Dat maak ik zelf wel uit” – is de meest gehoorde kreet van deze tijd. We durven de ander nergens meer op aan te spreken. En vaak is dat maar goed ook, er is in het verleden te veel mis gegaan met tuchtuitspraken vanaf deze kansel. Met alle schrijnende gevolgen van dien. Maar hoe kunnen wij dan iets van dat Koninkrijk laten zien? Hoe zijn wij dan anders? IN de wreld, maar niet van de wereld…
De gevaren die Paulus noemt, samengevat in seks, geld en drank, zijn nog altijd de belangrijkste verslavingen. Door deze begeerten worden nog steeds de meeste slachtoffers gemaakt. Het is een manier van leven ten koste van anderen, ter bevrediging van je eigen genot. ‘Deze leefwijze maakt slachtoffers’, zegt Paulus.

Díe vrijheid is dus niet de bedoeling.
De vrijheid die je in je geloof hebt gekregen is keuzevrijheid – de keuze om anders te kiezen.
Het gaat vandaag om het lef, de moed om te kiezen tegen de kolkende zee van de levenschaos. Het leven trekt aan alle kanten aan je en voor je het weet ga je erin in onder. ‘Doe het niet!’, roept Paulus. ‘Wees je zelf! Wees vrij! Je bent zelf genoeg waard, dan je bent van God!’
Hoe anders kiezen wij? Kunnen wij weerstand bieden aan alle verlokkingen op de televisie, in de commercie, het multimediale geweld?
En hoe anders we kiezen in de kerk?
Waar kiezen wij tegen? Waar moet de vrijheid ingeperkt woorden. In ons gedrag, en in wat we roepen tegen elkaar. “Doe effe normaal man!”
Waar staan wij echt voor? Wat betekent het geloof voor je. Bieden wij in deze kerk een rustpunt in de kolkende zee van de levenschaos – of rennen we net zo hard mee?

Ik ga de vragen niet invullen vandaag. Het is een mooie opening voor een gesprek in de kerkenraad en de gemeente in de nieuwe fase waar we dit jaar in gaan. Welke kerk willen wij zijn? Waar kiezen wij anders dan er om ons heen gekozen wordt, wie zijn onze bondgenoten en worden we gehoord of zijn we een roepende in de woestijn. Het zijn net zulke interessante vragen als die voor ons persoonlijk. Waar zou ik anders moeten willen kiezen waar ben ik niet vrij? En lukt het me om daar vrij van te worden?
Huiswerk genoeg voor dit jaar.
Succes!
Amen

 
Over deze site - noord

Thema's - Noord

RSS-feed
feed image