Protestantse Gemeente Zoetermeer




Beginpagina arrow Preken arrow 27 november 2011 (ONC): Met je hart kijken Make Text BiggerMake Text SmallerReset Text Size
27 november 2011 (ONC): Met je hart kijken Afdrukken E-mail
maandag 28 november 2011
Lezing: I Samuël 16: 1-13
Voorganger: ds. Jaap van den Akker

Op weg met de vredevorst.
Zo luidt het thema van deze adventsweken.
Op weg zijn we, dat is duidelijk, we zijn op weg naar Kerst. De komende weken wordt het steeds een beetje lichter – we komen steeds dichter bij het licht van Kerst.
Op die weg gaan we op zoek. Op zoek naar wie we verwachten met Kerst. Wie dat is die ‘vredevorst’? Wat kenmerkt hem? En ook: wat is voor ons van belang op die weg in het spoor van vredevorst? Wat maakt Advent en Kerst bijzonder voor ons in de kerk?
Vandaag gaat het om de herder. De vredevorst blijkt een herder te zijn. En eigenlijk gaat het in het verhaal van vandaag om een nog belangrijker woord. Messias. In I Samuel 16 valt dat woord regelmatig, zonder dat we het door hebben. Messias betekent gezalfde. David wordt de gezalfde van de Heer, de Messias van God, de Christus. Want christus is het zelfde als messias, ook dat betekent gezalfde, alleen dan uit het Grieks.
Wat maakt David nu tot een gezalfde? Wat is er messiaans op de weg van deze vredevorst?

In het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk.
Want als Samuël eropuit wordt gestuurd om van David de nieuwe messias te maken, dan ís er al een messias. Samuël heeft er al eerder een mens in naam van God tot koning gezalfd. Saul – de eerste koning van Israël.
En je merkt aan dit verhaal dat Samuël op zoek is naar een nieuwe Saul. Iemand met een groot postuur, en voornaam voorkomen, een koninklijke gestalte.
God heeft onder de zonen van Isaï een koning gezien en daarom wordt Samuël erop uitgestuurd om in Bethlehem een nieuwe koning te zalven. Saul heeft afgedaan. Hij maakte een glorieuze entree. Hij toont zich in de eerste hoofdstukken een ware koning naar Gods hart. Een ‘Israëlische lente’, na alle ellende met de rechters (Richteren) en de Filistijnen, met de zonen van Eli en de zonen van Samuël. Maar al snel komt de klad erin. De herfst breekt ook in het beloofde land snel aan, want de macht stijgt Saul naar het hoofd. Hij denkt het allemaal wel alleen te kunnen, zonder Samuël, zonder God. En hij valt helemáál door de mand als hij zich in een heilige oorlog tegen de Amalekieten niet aan de afspraken houdt.
Daarom wordt Saul door God zelf aan de kant gezet, gepasseerd. Met Saul wordt  het volk van Israël hetzelfde als alle andere volkeren. Met een ambitieuze koning, die het volk uitbuit en zich niet stoort aan God of gebod. En Israël moest juist ánders zijn, een voorbeeld voor alle volken. Zo was ooit Abraham door God uit de volkeren verkozen, om de wereld met God te laten kennis maken. Daar past eigenlijk helemaal geen koning bij, want God is koning, maar àls het volk dan perse een koning wil, dan toch zeker een koning naar Gods hart. Een koning die niet voor zich zichzelf op de troon zit, maar die het volk beschermt tegen de vijanden en die opkomt voor de armen, de weduwen en de wezen en ze voedt. Een koning die zorgt dat er een eerlijke verdeling is van het van God gekregen beloofde land en de opbrengsten ervan.
En dus moet Samuël weer op pad. Op zoek naar een gezalfde die wel iets van dat messiaanse koningschap kan laten zien. Die naar God verwijst in zijn doen en laten.

Een koning die naar God verwijst.
Daar zit hem de crux van het verhaal. Want de grote ziener en profeet Samuël heeft het op zijn oude dag ook zelf nog niet begrepen. De ziener ziet het vandaag niet zo scherp.
Onder het voorwendsel van een offermaal trekt Samuël naar Bethlehem. En daar nodigt hij Isaï en zijn zonen uit voor een offermaaltijd. Zo kan hij ze mooi één voor één zien, en zal hem worden ingegeven wie van de zonen van Isaï de nieuwe koning moet worden. Voor Samuël is het meteen duidelijk. Eliab, de oudste zoon: wat een voorkomen, wat een rijzige gestalte! Precies zoals bij Saul, die met kop en schouders boven de menigte uitstak, die indruk maakte en mooi was. Een mooie stoere man. Maar Samuël, de zieners Gods, wordt meteen op zijn vingers getikt: “Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem net als Saul verworpen!”
Het gáát niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart, of met het hart. Want dat staat er eigenlijk. God ziet met het hart (ללבב).

Hier wordt het messiaanse duidelijk. Hier wordt iets duidelijk van de weg van de vredevorst. Het zit hem in de tegenstelling tussen zien met de ogen en zien met het hart. Tussen een beslissing nemen op grond van wat zich van buitenaf aan je vertoont of je zelfs imponeert, en een beslissing na een kritische bezinning, met onderscheidingsvermogen. Het hart, het hart is in het Oude Testament de plaats waar de laatste beslissingen vallen. Het hart bepaalt wat je gaat doen.
Het is de belangrijkste zin van de lezing. God ziet met het hart. Hier komt het messiaanse op deze eerste adventszondag tot uitdrukking. Laat je niet verblinden door machtsvertoon en uiterlijkheden - Kerst gaat niet om de lichtjes en de gezelligheid – ja het mag best, maar verlies niet uit het oog waar het werkelijk omgaat. En ook: laat je niet intimideren door alles wat je op het journaal ziet en in de krant leest. Word het nog wel wat met deze wereld waar het ene volk tegen het andere opstaat? Waar de ene machthebber zo vast zit aan zijn macht en het regeringspluche dat hij er alles voor over heeft om te blijven zitten, al moet hij elke dag met geweld e protesten in de kiem smoren, of het nu in Jemen is of Syrië of op het Tahrirplein.
Hoe erg het ook is, en beangstigend ook, uiteindelijk draait het niet om díe macht. De mensen die er tegen opstaan vinden ergens hun inspiratie om door te gaan en vol te houden om de wereld erop te blijven wijzen dat het ook anders kan. Daar in dat onderhuidse, daar, diep van binnen, zit het messiaanse. Een diep verborgen hoop dat het beter kan, op de weg van de vredevorst, een klein lichtje dat blijft branden en mensen in het licht zet, aanvuurt.
De weg van vrede vorst is geen kruistocht, het is een kritische beweging van hoop en licht, door alle duister en wanhoop heen.

God kijkt met het hart.
Het hart in de bijbel, het hebreeuwse hart – lev  (לב)– dat staat niet  voor emotie of verliefdheid, het heeft niet te maken met vrome beeldspraak. Het hart in de bijbel is het centrum van de daden. David wordt niet beoordeeld op zijn uiterlijk – al blijkt hij er best goed uit te zien - een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. David wordt ook niet beoordeeld op zijn goede bedoelingen. Het gaat om zijn daadwerkelijke inzet.
En ook hier blijkt dat je op de messiaanse weg met andere ogen moet kijken.
De zoon die Samuël moet hebben, die was niet eens uitgenodigd voor de offermaaltijd! Die hing er maar een beetje bij zo lijkt het . David telde niet mee, dat kleintje was nog buiten aan het spelen met de schapen…
En juist hem moet God hebben voor zijn volk. Nu even geen imposante gestalte met charisma en overredingskracht, nu even geen sterke held met harnas en speer. Nu moet er een andere leider komen. Een herder. Een herder die zijn kudde beschermd voor de wilde dieren en de gevaren van buitenaf en die zijn volk bij elkaar houdt. Die ervoor zorgt dat alle schappen genoeg te eten krijgen en de kleintjes beschermd worden.
De nieuwe koning moet een herder zijn. Eén die beschermt en begeleid. Die het volk bij elkaar houdt en ze het goede voorbeeld geeft. De profeten zullen daar elke koning op afrekenen. Of ze wel een goede herder zijn. Zo wordt David bij uitstrek de voorloper van de goede herder die wij verwachten, op de weg van de vredevorst..

Deze herder is geen reus die tot de tanden bewapend de strijdt aangaat met de vijand, deze herder vertrouwd op zijn snelheid en op zijn geloof. Dat is de les die Saul moet leren als David in het volgende hoofdstuk als een kwajongen met een katapult de reus Goliath verslaat.
Dat is de les die wij moeten leren op de weg van de vredevorst. De macht van God is een andere macht. Niet de stampende soldatenlaarzen en de schreeuwde commando’s hebben het voor het zeggen, maar een herdersjongen en een kwetsbaar kind. Een ongetrouwde vrouw en een timmerman.
Maar je moet het durven zien.

Zo ontdekken we vandaag één constante op de weg van de vredevorst, een richtingaanwijzing: Saul wordt gezalfd omdat hij uit de onbeduidendste stam komt, David wordt de gezalfde des Heren juist omdat iedereen hem vergeet, zelfs zijn vader!
Jezus wordt de gezalfde des Heren bij uitstek, omdat hij altijd koos voor mensen die niet meetelden, die het onderspit moesten delven, die verkeerde keuzes hadden gemaakt in hun leven, die ziek waren of die zich niet helemaal aan de regels hielden. Deze gezalfde bij uitstek, deze Messias kijkt met zijn hart, bij alles wat hij doet, zelfs als het hem in levensgevaar brengt.
Met je hart kijken. Dat valt nog niet mee. Samuël moest het leren, en David wordt dan wel tot koning gezalfd in het verhaal van vandaag, maar ook hij zal nog vaak genoeg door de mand vallen, en zwichten voor de schoonheid van een ander, terwijl hij in zijn hart weet dat dat niet de bedoeling was.
Toch heeft God ze nodig, Samuël en David. God heeft mensen nodig die het proberen, met vallen en opstaan, om met het hart te kijken naar het hart van de ander.
In hun spoor mogen we gaan – met vallen en opstaan, geleid door ons hart, op weg naar Kerst. In het spoor van de gezalfde.
Amen

 
Over deze site - noord

Thema's - Noord

RSS-feed
feed image