Protestantse Gemeente Zoetermeer




Beginpagina arrow Preken arrow 18 september 2011 (ONC): Wet en hart Make Text BiggerMake Text SmallerReset Text Size
18 september 2011 (ONC): Wet en hart Afdrukken E-mail
zondag 25 september 2011

Preek ONC, 18 september 2011

Lezing: Matteüs 20: 1-16
ds. Rein Algera

Recht en onrecht. Dat raakt ons. Altijd. Heb je als predikant uren besteed aan de voorbereiding van een dienst, zelfs zondagmorgen nog vroeg je bed uit. Loopt het wat uit is na afloop het enige dat je terughoort dat het écht te lang was en de volgende keer graag korter moe. Of: heb je als gemeentelid een hele middag het vuur uit je sloffen gelopen om enveloppen van de kerk weg te brengen, krijg je alleen een klacht te horen over dat ene adres dat nou net niet op je lijstje stond.

Heel menselijk dat je wil dat je inspanningen recht gedaan worden. Nou, recht en gerechtigheid zijn ook kernwoorden in geloven, die hebben alles met God te maken. In Psalm 146 hebben we net gezongen dat God de rechtvaardige lief heeft. En straks zullen we het zingen - met die prachtige woorden van Oosterhuis - : uw naam is hartstocht voor gerechtigheid. God zelf is rechtvaardig en God wil dat wij mensen rechtvaardig zijn voor elkaar. Dat is ook de kern van de wet van Mozes: niet het recht van de sterkste, maar recht doen juist ook aan de zwakkere moet regel zijn voor het volk van God. En Jezus zegt in eigen woorden precies het zelfde: elkaar recht doen is grondregel voor leven naar Gods Koninkrijk.

Wel, mooi, maar daar kijkt niemand hier van op. Maar ook heef iedereen hier net die gelijkenis gehoord. En ik weet niet hoe het u en jullie vergaat, maar daar blijf je in eerste instantie toch achter haken. Juist vanuit die gerechtigheid. Want is het nou terecht dat mensen die een hele dag in de brandende zon kilo’s druiven geplukt hebben het zelfde loon krijgen als mensen die ‘te elfder ure’ (daar komt onze uitdrukking vandaan) ook nog wat blaadjes weggeveegd hebben. Dat wringt toch? 

Hoe moet je dat dan lezen? Wat bedoelt Jezus hier nu eigenlijk  mee? Niet eerst de tekst, maar de context riep één van mijn professoren vaak. Wie een tekst wil begrijpen doet er goed aan ook te kijken naar de verhalen die er om heen staan. Nou, dat is zeker ook nu een wijze les. Want Matteüs is in dit deel van zijn Evangelie, zijn levensverhaal van Jezus, bezig met een thema. Jezus’ tegenstanders - Bijbelgeleerden en andere religieuze autoriteiten - hebben mensen steeds geleerd: wat God wil is, dat jullie de regels van de wet zo goed mogelijk gehoorzamen. Dus: wie de regels het beste kent en naleeft, staat het dichtst bij God. En zo werd geloven vaak haarkloven (daar hebben wij tegenwoordig een woord voor dat ik nu niet noem, maar dat iedereen wel kent).  Die Bijbelbobo’s toen gedragen zich als een soort ‘wetsrechters’. Voor hen moet Jezus steeds weer bewijzen dat hij de regeltjes kent en verantwoorden hoe hij de regeltjes interpreteert.

Maar – wat jammer nou – daar doet Jezus niet aan mee. Stellen ze hem een keurige gesloten vraag, dan geeft hij vaak antwoord in een open gelijkenis. Zo open, dat ze Jezus daarmee niet in hun vaste hokjes kunnen krijgen. Farizeeër  of Sadduceeër, orthodox of vrijzinnig, Jezus past er niet in! Maar de kern van zijn boodschap voelen ze wel aan. En die is anders is dan wat zij het volk voorhouden. Jezus leert de weg naar God begint niet bij het goed weten van regels, maar bij het goede doen vanuit je hart. En dat zou je ook het thema van Matteus in deze hoofdstukken kunnen noemen. Dat is de context van het verhaal van vanmorgen.

Bijvoorbeeld in het vorige hoofdstuk (19) stelt een wetskenner Jezus een strikvraag.  Hij zegt: mag een man zomaar zijn vrouw verstoten? Volgens de wet van Mozes hoeft een man zijn ‘ex’ dan toch alleen maar een scheidingsbrief te mee geven? ‘Nou’, zegt Jezus dan ‘als je bedoelt dat mannen het zich van God wel even makkelijk kunnen maken om hun vrouw te dumpen als ze genoeg van haar hebben door even een briefje te schrijven, dan heb je niets van God begrepen. God is geen boekhouder die briefjes eist, God is een vader die verantwoordelijkheid van zijn kinderen vraagt, juist naar elkaar toe’. Dat is het thema van Matteüs: contact met God begint niet bij de regels, maar bij het hart. Ik denk dat dat in dit geval betekent: verantwoordelijkheid als het goed gaat in een relatie lijkt  vanzelfsprekend. Maar als je - wanneer het mis gaat en scheiding onvermijdelijk is - toch probeert voor elkaar een goede weg zoeken, hoeft gebroken liefde niet ook een breuk met God te zijn. In tegendeel soms zelfs. 

Kijk, recht en gerechtigheid hebben regels nodig. Onvermijdelijk. Regels als in de wet van Mozes zijn er niet voor niets. Daar is Jezus ook heel stellig in. Want wij mensen hebben die nodig. Om dingen te regelen, maar in het bizonder ook om zwakken en kwetsbaren te beschermen. Juist omdat het zo ‘natuurlijk’ is eerst naar je zelf te kijken, eerst te zorgen dat ik veilig en verzorgd ben, en dan pas te kijken of dat voor een ander ook zo is. De wet van Mozes is tegenwicht tegen dat vanzelfsprekende eigenbelang.  Die regels beschermen mensen die slecht of niet voor hun eigen belang kunnen opkomen. En dat is nodig. Daarom doen we in de kerk aan diaconaat. Daarom komen we op voor kinderen in de knel. Daarom zetten we ons in voor betrokken ouderenwerk. In naam van de God wiens naam is hartstocht voor gerechtigheid

Wel, laten we nu eens naar die gelijkenis van vanmorgen kijken vanuit dat thema, vanuit die context.Zie je dan wat anders? Ja, dat geloof ik wel. Sommige werkers uit de gelijkenis waren al vroeg begonnen, hadden zich in het zweet gewerkt, waren dus vuil en moe en worden aan het eind van de dag uitbetaald. Ze krijgen het loon dat afgesproken was. Rechtvaardig, zou je dus zeggen.  En inderdaad, als die anderen er nu niet bij gekomen waren, was er natuurlijk niets aan de hand geweest.  Maar het zijn de anderen die wat recht was in de beleving krom maken. Want degenen die korter gewerkt hebben, krijgen evenveel. En dat lijkt geen loon naar werken!

Kijk, en daar zijn we nu exact terug bij het thema van Matteüs. De Bijbelgeleerden die maar met Jezus in discussie wilden geloofden inderdaad in loon naar verdienste. Wie zo goed mogelijk de wet naleeft, tot op de punt en de komma, die krijgt bij God de hoogste beloning. En – dat zeggen ze niet, maar dat denken ze wel – daarom staan wij, wetgeleerden,  bij God vooraan. Anderen die dit veel minder gedaan hebben, verdienen dus ook minder bij God.

Begrijpt u? In die werkers van het eerste uur zien die Bijbelkenners zichzelf. En de gelijkenis krijgen alle anderen, die veel minder op de regeltjes hebben gelet, bij God uiteindelijk even veel. Sterker nog, die worden als eersten uitbetaald. .. De laatsten worden eersten, wie nakomt gaat voorop. Als de rollen worden omgedraaid staan de regels staan niet meer voorop! Iets anders krijgt de eerste plaats. Wat dan? Nou, daar gaat het Matteüs steeds om en in deze gelijkenis in het bizonder. De wijnbouwer huurt al vroeg op de dag mensen in.  Er moet werk gedaan worden in zijn wijngaard. Maar hij weet ook dat de werkers het werk nodig hebben om te kunnen leven. En gedurende de dag ziet hij steeds mensen die geen werk hebben.  En dus weten dat ze ’s avonds geen eten zullen hebben.  En dus weten dat ze hun gezinnen geen eten kunnen geven. De wijngaardeigenaar ziet hun wanhoop en doet er wat aan. Prachtig, prachtig! Dat is precies als God in Exodus die tegen Mozes zegt: ik heb de nood van mijn volk gezien en hun wanhoopskreten gehoord, maar ga er iets aan doen!

Precies dus als die wijngaardeigenaar hier: hij ziet de wanhoop van die mensen op het marktplein, wordt er door geraakt en doet er iets aan. De vraag is: wat zie je? Regels zien niet wat het hart ziet. Met het beeld in de gelijkenis: - die ontevreden mensen van het eerste uur die zien concurrenten die niet volgens hun regels betaald worden omdat ze minder werken en toch uiteindelijk even veel krijgen. - de eigenaar van de wijngaard ziet medemensen die de hele dag met toenemende wanhoop gewacht hebben. Hij geeft van harte méér dan wat de regels vragen opdat ze die avond te eten zullen hebben. 

Deze gelijkenis is illustratie van het thema van Matteüs.  Kernwoord in de bijbel is gerechtigheid. Doen wat recht is. Loon uitbetalen zoals afgesproken, bij voorbeeld. Zo staat het in de wet van Mozes. En dat gebeurt in de gelijkenis ook. Maar leven naar Gods Koninkrijk is ook méér dan regels van de wet naleven. Wat Jezus hier toevoegt, daar hebben we een prachtig oud woord voor: barmhartigheid. Daar zit ook het woord ‘hart’ in. Hadden die later gehuurde werknemers recht op een vol loon? Nou dat staat nergens. Dat ze het toch krijgen is dus niet op grond van het ‘recht’, maar op grond van het ‘hart’ van de Heer.

Dat hebben reformatoren als Luther en Calvijn ooit goed gezien. Geloven, je weg naar God, is geen kwestie van verdienste, maar van genade. Onze relatie met God is niet gebaseerd op onze eigen verdienstelijkeheid van braaf gedragen. Alles begint bij de liefde van God voor ons mensen, ook als we dat niet verdiend hebben. Wij gaan God ter harte. Wij leven van barmhartigheid. Zo gezien zijn wij dus allemaal werkers van het elfde uur die mogen geloven: 
De eersten zijn de laatsten
wie nakomt gaat voorop
Kies dan de goede plaatsen
en geef u hart aan God…    

 
Over deze site - noord

Thema's - Noord

RSS-feed
feed image